Voormalig wielrenner, ploegleider en sportmanager Michael Zijlaard volgde per 1 januari 2026 Peter Blangé op als directeur-bestuurder van Rotterdam Topsport. Een nieuwe rol, in een organisatie en stad die hij door en door kent. Als geboren en getogen Rotterdammer en kind van de sport stapt hij met trots én ambitie in. ‘Ik vind het bijzonder dat ik op deze plek iets mag betekenen voor de topsport in mijn eigen stad.’
Sport is voor Michael Zijlaard geen hobby, maar een vanzelfsprekend onderdeel van het leven. ‘Als sport in je gezin zo belangrijk is, heb je eigenlijk niet door dát het belangrijk is. Het is gewoon hoe het gaat. Net als naar school gaan of samen eten: bij ons hoorde sport daar gewoon bij.’
Van jongs af aan liep hij mee in de sportwereld, samen met zijn vader en later met zijn vrouw, Olympisch kampioen Leontien van Moorsel. Dat bracht unieke ervaringen met zich mee, beseft hij nu. ‘Soms moet je even uitzoomen. Dan denk je: jeetje, wat ik allemaal heb mogen meemaken door de sport, daar dromen mensen van. En wij deden dat dag in, dag uit.’ Tegelijkertijd waarschuwt hij voor gewenning. ‘Alles went. De eerste Olympische medaille van Leontien voelt anders dan de vierde. Dat is menselijk. Juist daarom is het belangrijk om af en toe een stap terug te doen en te blijven zien hoe bijzonder dit is.’ Die rijkdom aan ervaringen wilde de familie Zijlaard altijd delen. ‘Sport is zóveel meer dan alleen de sporter. Het gaat ook om de mensen eromheen: van mecaniciens tot organisatoren. Dat samenwerken in teamverband, dát vind ik het mooiste wat er is.’
Niet normaal
Zijlaards loopbaan ontwikkelde zich organisch: van wielrenner naar coach, ploegleider, sportmanager en bestuurder. ‘Ik heb nooit echt gesolliciteerd. Het liep gewoon zo.’ Tot nu. ‘Toen ik mijn cv voor deze positie moest opstellen, dacht ik: daar zit eigenlijk een heel mooie lijn in. Alles wat ik de afgelopen 35 jaar heb gedaan, komt hier samen.’
De keuze voor Rotterdam Topsport was voor hem logisch. ‘Ik ben een echte Rotterdammer. Ik weet hoe belangrijk sport is in deze stad. De marathon, de Zesdaagse, het tennis, de profclubs… We vinden het bijna normaal, maar andere steden zijn hier jaloers op.’
Wat hem vooral aantrok, is de breedte van de organisatie. ‘Alles raakt hier aan elkaar: talentontwikkeling richting de Spelen, het besturen van een stichting, grote evenementen. Ik merk nu al dat collega’s meteen met me kunnen sparren. Ik hoef de topsport niet eerst te leren kennen. Het voelt echt alsof de cirkel rond is.’
Teamplayer
Verbinden is het sleutelwoord in zijn aanpak. ‘Mijn kracht ligt in het samen doen. Ik ben een teamplayer.’ Hij wil scherp kijken naar samenwerkingen en impact. ‘Met wie werken we samen? Waar laten we kansen liggen? En vooral: waarom doen we wat we doen?’ Daarbij stelt hij de kernvragen: ‘Heeft de topsport hier iets aan? Heeft Rotterdam hier iets aan? En niet onbelangrijk: heeft de Rotterdammer hier iets aan?’ Maatschappelijke betrokkenheid speelt daarin een grote rol. ‘Als we zo zichtbaar en groot zijn in de stad, moeten we ons afvragen hoe we die positie benutten. Uiteindelijk worden veel dingen mogelijk gemaakt met geld van Rotterdammers. Dan moeten zij er ook iets aan hebben.’
Voor de komende jaren hoopt Zijlaard verschil te maken, ook buiten de bekende paden. ‘Mijn voorganger heeft sterke TeamNL-programma’s neergezet. Dat is een stevige basis. Ik wil daarnaast kijken naar nieuwe, eigentijdse ontwikkelingen in de stad. Denk aan urban sports of andere vormen van sport die in opkomst zijn. Soms is een klein zetje al genoeg.’ Zijn ambitie is helder: ‘Ik hoop dat we over een jaar al een paar dingen echt tastbaar hebben gemaakt.’
Uitdaging
En zelf, welke sport zou hij nog eens willen proberen? ‘Dan kom ik toch uit bij iets als urban sports, of klimmen. De wat extremere sporten trekken me wel.’ Al wordt hij ook uitgedaagd door zijn nieuwe team. ‘Het idee speelt dat ik meedoe aan Hyrox met een team van Rotterdam Topsport. Dat schijnt echt superzwaar te zijn.’ Twijfel klinkt door, maar ook herkenbare sportmentaliteit. ‘Ik ben altijd wel te porren om iets te proberen.’ Wie weet waagt hij zich ook aan e-sports. ‘Daar hebben we met de Tour de France al mooie projecten in gedaan. Sport blijft zich ontwikkelen. En dat maakt het dus zo leuk om hier te zitten.’
